Herdenking Tweede Kamer

Jaarlijks op 14 augustus organiseert de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 een korte besloten herdenking bij de plaquette in de hal van het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Daarbij leggen de voorzitters van de Eerste Kamer en de Tweede Kamer en de voorzitter van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945 een krans. Zij doen dat in aanwezigheid van leden van de Eerste en Tweede Kamer en vertegenwoordigers van bij de Stichting aangesloten en sympathiserende organisaties.

Speech Herdenking 14 augustus 2018 | Erry Stoové

 

Geachte voorzitter van de Eerste Kamer,

Geachte voorzitter van de Tweede Kamer,

Geachte leden van de Eerste en Tweede Kamer,

Geachte aanwezige vertegenwoordigers van de Aangesloten Organisaties van de Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945,

Dames en heren,

Als vertegenwoordigers van zo ́n vijftig bij de Stichting Nationale Herdenking 15 Augustus 1945 betrokken organisaties vormt u het georganiseerde draagvlak voor de Nationale Herdenking bij het Indisch Monument.

Traditiegetrouw komen wij één dag voor de 15de augustus bijeen in de hal van de Tweede Kamer, bij de Indië plaquette.

Ik dank het Presidium dat wij weer gastheer kunnen zijn voor deze intieme herdenking.

Ik dank het Presidium ook voor het feit dat elke dag, door het omslaan van een pagina van het Gedenkboek met de namen van de oorlogsslachtoffers, wordt stilgestaan bij al degenen die de oorlog niet hebben overleefd.

Door dat dagelijks eerbetoon kunnen de nabestaanden troost vinden bij de gedachte dat hun geliefden en voorouders niet worden vergeten.

Tweeduizend en achttien is uitgeroepen tot het jaar van het verzet. In heel Nederland wordt dit jaar extra aandacht besteed aan de rol van het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wie met de vraag wat de rol was van het verzet tijdens de Japanse overheersing in Nederlands-Indië langs de Nederlands-Indische gemeenschap gaat beseft weer eens hoe onvergelijkbaar de situatie in Nederlands-Indië was in vergelijking met de situatie in Nederland tijdens de oorlogsjaren.

Over wat er in Nederlands-Indië aan groot en klein verzet is gepleegd zijn tot nu toe geen landelijk bekende heroïsche verhalen gedeeld. Voor onze geschiedenis geen Bankier van het Verzet of een Soldaat van Oranje.

Het militaire en ambtelijk verzet werd, overigens net zoals in Nederland het geval was, al snel opgerold door de Japanners.

Daarna werd het complete militaire en Europese deel van de bevolking in kampen bijeen gedreven.

Een groot deel van de Indo-Europese bevolking moest zien te overleven in een vaak vijandige omgeving buiten de kampen. Velen werden ingezet als dwangarbeider.

Het dagelijks leven in Indië was tijdens de bezetting dermate ontwricht dat het niet kon werken als dekmantel voor georganiseerd verzet.

Voor hen die de oorlog daadwerkelijk hebben moeten ondergaan was het een tijd waarin zij werden teruggeworpen op hun morele en mentale kracht. En daar zijn talloze voorbeelden van.

Dat heeft ons doen besluiten om de Nationale Herdenking op 15 augustus in het teken te stellen van de in marmer gebeitelde boodschap: De Geest Overwint.

Een ode aan de veerkracht van alle slachtoffers van de bezetting.

Wij zijn op zoek gegaan naar antwoorden op de vraag hoe de overlevenden van nu de moed hebben gevonden om tirannie te trotseren.

En hoe heeft de oorlogsgeneratie de kracht gevonden om na de oorlog de draad van het leven weer op te pakken.

Bij onze zoektocht kwamen we bij toeval in contact met de nu 94-jarige, in Kaapstad woonachtige, dr. Mets.

Hij heeft ons deelgenoot gemaakt van zijn ervaringen. Hij had het ́geluk ́, zoals hij dat zelf verwoordde , om als 18- jarige in het jongens- en mannenkamp omringd te zijn geweest door drie trouwe vrienden, de kongsi.

En ook door ouderen, die de moeite namen de jongens in het kamp te onderwijzen en hen niet aan hun lot over te laten.

Het heeft de heer Mets geïnspireerd om arts te worden en zich zo dienstbaar te maken aan de medemens. De verschrikkingen in het kamp, maar ook de mooie voorbeelden van ouderen die zich bekommerden om anderen, hebben hem sterker gemaakt.

Ook zijn wij te rade gegaan bij de ons zo dierbare en elk jaar ook hier aanwezige Thea Meulders.

Thea zet zich al jaren als gastdocent in om haar ervaringen te delen met de jeugd van nu. Zij wees met haar voorbeelden om te overleven vooral op de rol van humor.

Zo kregen de vrouwen de opdracht om een Japanse vlag te maken. Voor de rode zon in de vlag werd een rood speelbroekje van een van de kleintjes gebruikt. En elke keer, wanneer de vlag werd gehesen, gierde het broertje van het jongetje wiens broekje was verknipt het uit van het lachen onder het uitroepen van ́daar hangt de poepbroek van Beppie.

De ouderen genoten in stilte van deze kleine verzetsdaad.

Een bekend voorbeeld, dat in veel kampen werd nagevolgd, was het zingen van het liedje ́het zonnetje gaat van ons scheiden ́ tijdens het strijken van de Japanse vlag bij het verplichte avondappel.

Dat gaf de vrouwen moed, omdat het de gedachte voedde dat de oorlog eens afgelopen zou zijn.

Deze en zovele andere verhalen tonen aan dat, hoe groot de wanhoop en het verdriet ook was, binnen en buiten de kampen en bij de velen die als krijgsgevangen of dwangarbeider werden uitgebuit, de oorlogsgeneratie is blijven vertrouwen op hun geestkracht. Al dan niet geholpen door naasten.

Dat de Geest Overwint is daarmee zowel een constatering als een boodschap voor de naoorlogse generaties.

Laten we een voorbeeld nemen aan al die grote en kleine daden die weerstand boden aan de overheerser.

De ervaringen en verhalen van onze dierbaren die de oorlogsjaren hebben moeten doorstaan kunnen ons houvast bieden wanneer de geschiedenis van onderdrukking en tirannie zich onverhoopt zou herhalen.

Zoals de dichter Albert Verweij het zo prachtig verwoordde in zijn gedicht: Gij en wij saam.

Ik citeer enkele regels:
Wie is zo sterk dat hij de chaos temt?
Wie kan het leed zien zonder schreiende ogen? Niet wij:
Maar juist daarom voelen wij ons voorbestemd Tot rustloos pogen.
Gij en wij saam, wij moeten doen,
Niet overwijs, niet over-koen
Naar ons vermogen.
Wie waarlijk leeft, heeft in zijn hart
Een onvernietigbare veer,
Een stille kracht, die iedere weerstand tart.

Onze intieme herdenking hier, in het hart van onze democratie, en de Nationale Herdenking morgen zijn een eerbetoon aan de oorlogsgeneratie die met hun stille kracht de weerstand hebben getart.

Die hebben bewezen dat uiteindelijk De Geest Overwint.

Toespraak door Kamervoorzitter Arib bij de ‘herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands

Indië’, in Den Haag op 14 augustus.

Dames en heren,

In de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog kwamen tal van gezinnen
uit Indië naar Nederland. Met hutkoffers vol spullen, vol verhalen, vol
herinneringen. Sommige van die hutkoffers bleven gesloten. Jarenlang.
Omdat de inhoud ervan te pijnlijk was. En omdat het niet gebruikelijk was
om over die pijn te praten. Er was ook vaak geen oor voor.

Je vindt de gesloten koffer terug in de boeken van Adriaan van Dis, en van
Alfred Birney. Beide nazaten van vaders met een gecompliceerd Indisch
oorlogsverleden. Een verleden dat vervolgens ook diepe voren in de
levens van hun kinderen trok.

In de afgelopen jaren zijn veel van die hutkoffers alsnog open gegaan.
Zoals de koffer van Hugo Steenmeijer van wie de vader aan de Birma
Spoorlijn moest werken, en van wie de moeder buiten het kamp
probeerde te overleven met haar zoontje. Zonder inkomen. Tijdens de
oorlog raakte Hugo ondervoed en werd hij ziek. Daarna maakte de
Bersiap het zijn moeder onmogelijk om hem te laten aansterken. Hugo
stierf.

Na de oorlog werd het echtpaar herenigd en vertrok naar Nederland. Ze
kregen nog drie kinderen. Drie kinderen die allemaal het gesloten
koffertje van hun ouders kenden. Maar de inhoud en het verhaal
erachter, nooit te horen kregen.

Pas een jaar of twintig geleden, toen hun ouders al gestorven waren,
openden ze het kistje. Ze vonden speelgoed: knikkers, een knuffel,
muntjes in een zakdoekje. Een vlieger. Foto’s. De schatten van een
vierjarig jongetje dat ze nooit gekend hadden. Het koffertje gaf ze de kans
om te rouwen om het leven van hun broertje, dat door oorlog en geweld
in de kiem was gesmoord.

Velen van u hebben de Tweede Wereldoorlog meegemaakt of
meegekregen. Deze intieme herdenking brengt u hier jaarlijks samen. U
bent de drijvende kracht achter de ‘Nationale Herdenking 15 Augustus
1945’, en daarmee voor de erkenning die dit deel van onze pijnlijke
oorlogsgeschiedenis verdient.

Dankzij de jaarlijkse herdenking en de activiteiten eromheen, heeft u die
geschiedenis steeds meer onder de aandacht gebracht van álle
Nederlanders. Toch kent het oorlogsverleden in Nederlands-Indië nog
steeds koffers die erop wachten ontsloten te worden. De koffers van het
verzet in Nederlands Indië bijvoorbeeld.

Dit jaar staat in het teken van verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.
In het teken van mensen die de keuze durfden te maken om op te staan
tegen de bezetter.

Hier en in Nederlands Indië. In woord of in wapen. Of door een veilige
plek te bieden aan hun medemensen in ijzige nood. Met gevaar voor hun
eigen leven.

In de Erelijst voor gevallenen in 1940-1945 bevindt zich bijvoorbeeld de
naam van Anda Kerkhoven. Een Indische studente die in Groningen als lid
van een geweldloze verzetsgroep, bonkaarten bemachtigde en
koeriersdiensten deed. Ze werd in ’45 doodgeschoten. Voorafgaand
martelden de Duitsers haar vreselijk, maar doorslaan deed ze niet. Haar
kracht bewonder ik. We moeten haar verhaal blijven vertellen.
Ik noem ook graag de naam van Bep Stenger, die na de inval van de
Japanners verzetswerk tegen de Japanners deed: zoals het smokkelen van
kleding, radio-ontvanger en zendapparatuur.

Op haar 21e verjaardag werd haar groep verraden en opgerold door de
Kempeitai. De mannelijke leden werden onthoofd of doodgemarteld. Bep
kreeg ‘slechts’ vijf jaar gevangenisstraf – haar kameraden bagatelliseerden
tegenover de Japanners met succes haar rol – en die straf werd
verdubbeld toen ze weigerde spijt te betuigen van haar daden.
Verzet, en daar ligt de laatste jaren gelukkig steeds meer de nadruk op –
bestond er in verschillende vormen.

Erry Stoové benadrukte dat net ook al heel mooi.
Er was verzet zoals dat van Ada Kerkhoven en Bep Stenger, dat de
bezetter daadwerkelijk moest ondermijnen. En er was dat ‘stille’ verzet
dat erop gericht was, het moreel hoog te houden. Om stand te kunnen
houden onder het wrede juk van die dictatuur.

Zo kreeg de vader van Geert Mak, die morgen zal spreken tijdens de
Nationale Herdenking, de mogelijkheid zich te onttrekken aan een
gedwongen vertrek naar de Birma Spoorlijn.

Maar hij ging mee, om de leden uit zijn gemeente bij te staan en waar
mogelijk, door de verschrikkingen heen te slepen. Het zou zijn leven voor
altijd zou tekenen.

En zo maakte de moeder Martje Saveur in het Jappenkamp een poppetje
dat Martje – doodziek van de dysenterie en eenzaam afgezonderd in een
barak – net voldoende kracht gaf om te overleven.
Zodat ze later haar herinneringen en die van haar ouders, in boekvorm
kon navertellen. Met als titel (hoe kan het ook anders): ‘het koffertje van
mijn ouders’.

Maar hoeveel weten we nou écht van het verzet in Nederlands-Indië?
Ik zei het al: er zijn nog veel koffers die erop wachten, ontsloten te
worden.

Dames en heren,
Oorlog is een gif dat snel mensen doodt, dat langzaam doorwoekert in
families en zo generaties lang slachtoffers maakt. Maar het laat ook
(inderdaad) die onvernietigbare veerkracht zien van mensen, om op te
komen voor hun vrijheid en voor democratie.

En het bracht ons – op de meest pijnlijke manier – het inzicht dat
onderscheid tussen mensen op basis van ras, kleur, of geaardheid nóóit
maar dan ook nooit meer een basis mag zijn om een samenleving te
vormen.

Laten we de verhalen uit gesloten koffers opsporen, en die uit ontsloten
koffers vertellen. Zodat we de oorlog kunnen blijven gedenken en de
vrijheid kunnen blijven eren.

En daarmee de slachtoffers recht doen.

Erelijst van gevallenen

De Erelijst van Gevallenen 1940-1945 is in opdracht van de regering samengesteld door het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie) en op 4 mei 1960 door Koningin Juliana overgedragen aan de Staten-Generaal.

 

De lijst bevat 18.000 namen van gevallenen uit het verzet en zij die als militair of opvarende van de koopvaardij waar ook ter wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog het leven hebben gelaten. Dat geldt dus ook voor hen die zijn gevallen tijdens de Japanse bezetting (de zo genoemde Indische Groep). Elke dag wordt een bladzijde omgeslagen, waardoor de personalia van 24 gevallenen zichtbaar zijn.

 

De Erelijst bevindt zich in de hal van het gebouw van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. In de muur van de hal kan men in een alfabetisch register de naam van de opgenomen personen naslaan. Sinds 4 mei 2010 is de Erelijst ook digitaal in te zien op www.erelijst.nl.

 

De Erelijst is een nationaal monument. Er worden geregeld kransen gelegd door delegaties van buitenlandse parlementen en regeringen. Op 4 mei, de dag van de Nationale Dodenherdenking, legt de voorzitter van de Tweede Kamer in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Staten-Generaal en betrokken organisaties een krans bij de Erelijst.

 

Bezoekmogelijheden

De hal, Binnenhof 1a, is op werkdagen voor het publiek toegankelijk. Wilt u meer informatie dan kunt u terecht bij de afdeling Bezoekers en Informatie, tel. 070-3183055.

Indische plaquette

Mede mogelijk gemaakt door

én onze vele donateurs en vrijwilligers!